locatie Vlietland
locatie Vlietland

Huisarts Marjan Tenk over Franciscus Vlietland: gaat zorg over mens of markt?

In 2016 kondigde het Franciscus Gasthuis & Vlietland de sluiting aan van een aantal afdelingen in Schiedam. Dit betrof de Spoedeisende Hulp die voorlopig gedurende de avond en nacht dicht gaat en de verplaatsing van de klinische kindergeneeskunde en de geboortezorg naar Rotterdam. Al met al gaf het aanleiding tot de nodige beroering en verontwaardiging van huisartsen en verloskundigen in de regio, de lokale politiek en natuurlijk de patiënten. Tot in de Tweede Kamer klonken de protesten door, waar het leidde tot een motie.

Nu, ruim een jaar later, is het betrekkelijk stil. Wat zijn de actuele ontwikkelingen rond het Vlietland? Om daar een antwoord op te krijgen, sprak ik met Marjan Tenk, huisarts in Vlaardingen en woonachtig in Schiedam, die vorig jaar onder andere op PopUpTv sprak uit naam van de regionale huisartsen.

Regionaal belang Vlietland

Marjan Tenk is al dertig jaar werkzaam als huisarts. Eerst in Schiedam en Brielle en de afgelopen jaren in Vlaardingen waar zij een duopraktijk runt. Vorig jaar raakte zij betrokken bij de perikelen rond de voorgenomen verplaatsing van de afdelingen. Ze vond dat de verloskundigen en huisartsen niet voldoende betrokken werden bij de planvorming.

Zij wijst er telkens op dat het Franciscus Vlietland een belangrijke regionale functie heeft die zich niet beperkt tot Schiedam en Vlaardingen, maar ook Maassluis, een groot deel van het Westland en de Zuid-Hollandse eilanden omvat.

Zorgkwaliteit en regiovisie

Op de vraag of de zorgkwaliteit door de voornemens ernstig geschaad wordt, antwoordt Tenk: ‘Dat is lastig te zeggen. De plannen zijn getoetst en volgens de rapporten komt de zorgketen niet direct in gevaar.’ Maar er zijn ook neveneffecten die niet in de rapporten staan, maar wel alles te maken hebben met de kwaliteit van de zorg: ‘Neem de kindergeneeskunde. In de nieuwe situatie, waarin die afdeling gesloten wordt, moeten mensen vanuit bijvoorbeeld Maassluis veel verder reizen om hun zieke kind te bezoeken.’

Wat volgens Marjan Tenk vooral speelt is dat men te weinig vanuit de regiovisie kijkt: ‘We zijn een aparte regio met een eigen bevolking en eigen behoeftes. Dan kan het ziekenhuis wel zeggen: “We zijn één grote regio”, maar om met het openbaar vervoer vanuit Maassluis naar je kind in het Franciscus Gasthuis te reizen is een hele onderneming. Daarbij gaat men er automatisch van uit dat iedereen tegenwoordig de beschikking heeft over een auto, maar dat is natuurlijk ook niet zo.’

Bovendien levert sluiting van de klinische kindergeneeskunde een hoop gezeul met patiëntjes op. Overdag kan ze deze wel doorverwijzen naar Schiedam, maar als blijkt dat het kind langer moet blijven, moet het in de avond alsnog naar het Franciscus Gasthuis in Rotterdam vervoerd worden.

Dit is maar één voorbeeld, maar ze hoort ook in haar praktijk, dat patiënten soms het zoeken van hulp bij een spoedgeval uitstellen om maar niet naar het Franciscus Gasthuis te moeten. ‘Die wachten dus tot de SEH in Schiedam in de ochtend weer beschikbaar is. En dat is natuurlijk een zorgelijke, om maar niet te zeggen, gevaarlijke ontwikkeling.’

Marktwerking en menselijke maat

De achterliggende vraag is in hoeverre dit beleid en de concentratie van zorg in steeds grotere eenheden (mede) is toe te schrijven aan de marktwerking en het ‘economisme’ waarbij alle maatschappelijke kwesties worden gereduceerd tot financiële of economische vraagstukken. Volgens Tenk speelt dat wel mee: ‘Natuurlijk moet je de kosten in de gaten houden, maar zorg gaat niet alleen over geld. Het gaat toch primair om mensen.’

Misschien speelt er ook nog iets anders: het Franciscus Gasthuis heeft grootse ambities en wil een top-10 ziekenhuis worden. Tenk geeft aan de ranglijsten die media publiceren met ‘een flinke korrel zout’ te nemen. ‘Scoren op lijstjes is natuurlijk aardig, maar het gaat er vooral om hoe de zorg op de vloer geleverd wordt.’ En daar speelt bijvoorbeeld goede communicatie tussen specialisten en huisartsen een belangrijke rol. ‘Haantjesgedrag leidt niet tot betere zorg. Kleinschaligheid en korte lijntjes wel en dat missen we juist vaak in grote ziekenhuizen.’ En juist in die korte lijnen is de afgelopen jaren veel tijd en energie geïnvesteerd door huisartsen en de specialisten van het Fransiscus Vlietland. ‘En dat werkt heel prettig. In de nieuwe situatie wordt dat weer een stuk lastiger’, vreest Tenk.

Toekomst?

Vanuit de lokale politiek heeft het protest tegen de voorgenomen plannen veel steun gehad. Volgens Tenk zijn de meeste partijen tegen sluiting; ‘hopelijk gaat het dan niet alleen om verkiezingspraat.’ Nadat vorig jaar het vertrouwen in de Raad van Bestuur van het ziekenhuis was opgezegd, is er een begin gemaakt met het herstel van vertrouwen. Momenteel zijn betrokkenen inhoudelijk bezig met gesprekken in de hoop een deel van de zorg voor de regio te behouden. ‘We zitten in ieder geval niet stil’, aldus Marjan Tenk. En het leeft nog steeds onder de bevolking, zo merkt ze: ‘Patiënten vragen nog wel eens of ik een handtekening nodig heb voor een petitie.’

Willem Visser

Wat vindt GroenLinks Schiedam?

De ontwikkelingen rondom het Vlietland Ziekenhuis zijn een knap staaltje van economisme: omwille van de begroting, een achterhaald idee van schaalvergroting en - helaas - door een meerderheid vastgestelde en geaccepteerde parameters laat een ziekenhuis een achterland van bijna een half miljoen inwoners moedwillig verder reizen naar een plek die niet goed bereikbaar is met het OV. Op zijn minst ongemakkelijk, om over de gezondheidsrisico's nog maar te zwijgen.

GroenLinks Schiedam is van mening dat deze marktideeën niet ten koste mogen gaan van het welzijn van zoveel inwoners van Schiedam en omliggende gemeenten. De Haagse ideeën van aanrijtijden zijn gebaseerd op autotijden. In onze regio heeft a) niet iedereen een auto en is b) de doorstroom op wegen lang niet altijd ideaal. Daarnaast constateert GroenLinks Schiedam ook nog eens langere wachttijden bij het concentreren van zorg op een plek. Als we de aanrijtijden zouden berekenen van deur tot behandelkamer - in plaats van van deur tot wachtkamer - zal blijken dat we juist gebaat zijn bij decentrale en kleinschaliger eerstehulpposten.