Law and Order geldt ook voor Burgemeester Lamers

Bart Voortman las op 23 juni met stijgende verbazing het artikel in het AD/Rotterdams Dagblad over de tijdelijke sluiting van een Schiedamse coffeeshop en de uitspraak van de Rotterdamse rechtbank hierover . In dit artikel liet de burgemeester via zijn vertegenwoordiger weten dat hij van mening is dat een rechter zich niet met het door hem vastgestelde en door het Openbaar Ministerie getoetste beleid dient te bemoeien. Voortman denkt hier zo het zijne van en schreef hier het volgende over. 

De burgemeester van Schiedam is een echte “law & order” bestuurder. Dat mag natuurlijk. Wellicht zal Cor Lamers daarin gesteund worden door de meerderheid van de Schiedammers. Alleen, nu blijkt dat een inwoner van Schiedam bij de rechter bezwaar heeft gemaakt tegen een besluit van de Schiedamse burgervader (en in eerste aanleg gelijk heeft gekregen), dat hij grote moeite heeft met de wet.

Een land is geen land als er geen wetten zijn. Meer nog dan een vlag, zijn wetten datgene wat ons bindt. Soms zijn die wetten prettig en soms zijn ze dat niet. Dat doet niet ter zake, iedereen op Nederlands grondgebied, dient zich aan Nederlandse wetten te houden.

De belangrijkste wet in ons land is in mijn optiek, onze grondwet. Opgesteld met het idee dat niets of niemand absolute macht mag hebben. Uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende macht moeten elkaar controleren en corrigeren. Deze opzet was een reactie op een tijd waarin dictatortjes hun macht niet zelden gebruikten om onwelwillende tegenstanders en onderdanen zonder vorm van proces op te laten sluiten of erger. Laten we het de Poetin-methodiek noemen.

Nu is het de laatste jaren weer “in” geraakt om (door een draak van een wet), meer bevoegdheden te leggen bij het bestuur, met name bij burgemeesters. Dit vanuit de gedachte dat zij hierdoor meer handvatten krijgen om criminaliteit te bestrijden, zonder al die lastige regels van de strafwetgeving. Dat hierdoor de bestuurder wederom aanklager, rechter en beul is geworden, net als in de middeleeuwen, nemen we voor lief. Gelukkig is in diezelfde wet wel geregeld dat je als burger niet alles zonder slag of stoot hoeft te accepteren; je kunt bezwaar maken en als dat niet helpt, naar de rechter die kan controleren of aan de regels van behoorlijk bestuur zijn voldaan en of de beslissing op basis van de wet is genomen. Dat dat heel hard nodig is, blijkt uit de recente perikelen rondom de kinderopvangtoeslag.

Nog maar kort geleden had Schiedam de twijfelachtige eer het hoogste aantal coronaboetes te hebben uitgedeeld. Dat noem ik twijfelachtig omdat andere gemeenten hebben aangetoond dat een minder heftig strenge aanpak ook heeft gewerkt om burgers in het gareel te krijgen.

Nu is er dus een coffeeshophouder die zich niet heeft neergelegd bij een besluit van de Schiedamse burgemeester en zoals zijn goed recht is, beroep heeft aangetekend bij de rechtbank en gelijk heeft gekregen. Hierop is Lamers in beroep gegaan bij de Raad van State. Het argument: “Een burgemeester moet zijn beleid kunnen uitvoeren zonder dat de rechter zich met dat beleid bemoeit.” Natuurlijk heeft ook de burgemeester het recht om in hoger beroep te gaan maar laat hij zich dan, zoals het hoort, beperken tot inhoudelijke en juridische argumenten en zijn onvrede over het begrenzen van zijn bevoegdheden er buiten laten. Hopelijk maakt de hoogste bestuursrechter korte metten met dit standpunt.