Met een omgevingsadressendichtheid van 2500 valt een stad binnen de hoogste stedelijkheidsklasse: zeer sterk stedelijk. Schiedams gemiddelde dichtheid: 3.389 adressen per km2. Hiermee is groengebied binnen de stad al snel gedwongen tot de extra functie: het dienen van de mens, groen om in te recreëren, spelen, sporten, ontmoeten.
Daar is niks mis mee, mits je weet dat puur gras en wat uitgekomen bloembollen in perken dan misschien mogen helpen tegen hittestress en wateroverlast én bijdragen aan een blij gevoel, maar dat zij niet per se veel doen voor de broodnodige biodiversiteit. Daarvoor is rijker groen nodig dan grasfalt met niet-biologische fleurigheid.
Biodiversiteit overleeft een natuurramp
Zoals een diverse samenleving naast leuker ook gezonder is dan eentje met allemaal gelijkgestemde mensen met vergelijkbare achtergronden, kleuren, geuren en verhalen, is biodiversiteit een cruciale factor in de gezondheid van een ecosysteem. Hoe groter de variatie in dieren, planten en micro-organismen die samenwerken in een ecosysteem, hoe groter de capaciteit van dat ecosysteem om schokken en grote veranderingen te weerstaan en leven te ondersteunen. Hoe verbonden wij mensen zijn met de natuur beseffen we vaak maar al te weinig, echter zonder schone lucht en schoon water worden we ziek en ook voedsel en medicijnen hebben we nodig. Biodiversiteit moeten we daarom niet veronachtzamen, het is een dringend aspect van duurzaamheid dat onze zorg nodig heeft.
De status van het groen in Schiedam: uiterlijk boven innerlijk
Misschien ziet een parkweide met een bomencirkel bestaande uit twintig bomen van tien jaar oud en hiertussen narcissen er voor velen netter uit dan kruidenrijk grasland met veldbloemen en één boom van honderdvijftig jaar oud, maar het laatste is wel veel waardevoller en daarmee te verkiezen. Of het huidige college dit ook zo ziet, is sterk de vraag. Het college dat vroegtijdig oude, extra waardevolle bomen kapt (de mammoetboom aan de Warande) of kappen wilde (de kastanjeboom aan de Oostsingel), ook al is dit in strijd met onze unaniem aangenomen motie (‘Minder grauw voor de bouw’), het college dat bij meerdere acties aan haar bewoners planten uitdeelt die bekend staan om het gif dat wordt gebruikt bij het kweken ervan, het college bovendien dat omgekeerde wegen bewandelt en eerst de kleine groenprojecten afvinkt om vervolgens niet toe te komen aan de plannen die al het groen beschermen, dus ook dat uit de net afgeronde projecten ...
Nou college, één boom van 150 jaar oud is op een zomerse dag een even goede watermanager als 500 bomen van 10 jaar oud en zet een vergelijkbare hoeveelheid CO2 om! Bovendien college, doen de plantjes die u uitdeelt meer kwaad dan goed: heide overleeft niet in onze zware, natte grond en de bestrijdingsmiddelen op viooltjes schaden de natuur en doden (!) bestuivers. En och college, u begrijpt toch wel dat de veertjes die u plant en de bloembollen die u poot niet opwegen tegen het ontbreken van een groenverordening, een groene kaart, een beeldkwaliteitsplan! We willen een plan met regels, ook al vergt dit meer dan het plukken van laaghangend fruit.